Beluister deze pagina met proReader

Algemene beschouwingen D66: 'een sprookje'

donderdag 10 november 2011

Er was eens een gemeente, genaamd Weert. Vanuit het verleden bekend als stad in het groen. Ideaal gelegen in Midden-Limburg  en grenzend aan Brabant en België.  De bijna 50.000 inwoners voelden zich er prima thuis. Men ging niet voor niets voor het predikaat Beste Woonstad en Beste Winkelstad. Er was van alles te doen. Je kon naar het Munttheater of het muziekcentrum De Bosuil en als je hierdoor zelf in actie wilde komen, had je de mogelijkheid om een opleiding te volgen aan het Rick. Ook de sportievelingen kwamen aan hun trekken. Veel sportverenigingen op allerlei gebied en de wat minder sportieven konden genieten van sportprestaties op het hoogste niveau volleybal en basketbal en de hippische sport, Weert: een topsportgemeente bij uitstek! Ook kon je sporttalent ontwikkelen combineren met je studie in het voortgezet onderwijs. Uiteraard lag deze school  in een prachtig sportpark met zelfs een heuse campus aan de overkant want men kwam uit het hele land om hier te studeren en te sporten en dan moest er ook goed onderdak zijn. Ook in de kerkdorpen voelden de inwoners zich thuis. Er werd volop geïnvesteerd in brede scholen, multifunctionele accommodaties en woningbouw.


Weert werd bestuurd door het college van burgemeester en wethouders. Zij vormden het dagelijks bestuur van de gemeente.  Via allerlei samenwerkingsverbanden probeerden zij de gemeente op de kaart te zetten. Ze kenden geen grenzen en gingen hiervoor zelfs naar China. Volgens het college van groot belang om bedrijven binnen te halen en werkgelegenheid in Weert te realiseren.


Het college was druk bezig met dromen over een in alle glorie herrezen openluchttheater De Lichtenberg waarin door de gemeente voor miljoenen geïnvesteerd zouden worden. Over investeren door ondernemers werd niet gedroomd.  Ook droomden ze over het realiseren van een recreatieplas waar voorheen de zandafgravingen hadden plaatsgevonden en het realiseren van een erfgoedhuis dat slechts 6,5 miljoen zou gaan kosten. Daarnaast droomden zij over een plan voor de vrij gekomen locatie van het oude stadhuis. Dat bleek een luchtkasteel.  Of ze hierbij ook droomden over het behoud van de oude structuren en aandacht voor groen en de aansluiting op het stadspark is niet bekend.  Dit stadspark moest ook nog ooit worden opgeknapt want het was al jaren een grasveld met kunstwerk. Gezien de plannen voor het erfgoedhuis zou het museum De Tiendschuur verkocht moeten worden. Wie weet, misschien bestond er een horeca-ondernemer die, naast de verbouwing van De Tiendschuur tot horeca ook het park zou omtoveren in een prachtige groene oase voor de Weertenaren en voor allen die een Warm Welkom worden geheten. Wie weet zou die ondernemer ook nog willen investeren in de aanschaf van het kasteeltje waarvoor hij uiteraard eerst de houthandel zou uitkopen. De gemeente was dit immers nog niet gelukt.


En ach, die tekorten op de Algemene Uitkering van het Rijk, tja. Het was immers niet duidelijk hoe een en ander eruit kwam te zien, dus waarom zou je je er zorgen over maken. Je kon immers altijd, tegen alle verkiezingsbeloften in, de OZB verhogen. Ook de aankondiging van de Wet werken naar Vermogen, de decentralisatie van de jeugdzorg en de overheveling van de AWBZ naar de gemeente konden de pret niet drukken.  Dat de algemene reserve van de gemeente 6 ton te laag was, kon geen kwaad zolang de provincie bleef instemmen met repressief toezicht. En het grondbedrijf, ach, zolang je geen boekwaardes afschreef bleef de stand prima.  Dat er plannen niet doorgingen of geraamde opbrengsten niet gehaald werden, dat zouden ze later wel verwerken. Of dit reëel was, deed er toch niet toe? Zolang ze maar plannen konden maken en blijven dromen over geld investeren in majeure projecten. Die noemden ze uiteraard niet meer zo want het potje majeure projecten was na de bouw van het nieuwe stadhuis en de mooie nieuwe  brandweerkazerne leeg.

Het college was zo druk bezig met dromen dat men niet in de gaten had of het belang niet inzag van het kwaad dat vanuit Den Haag ook op de prachtige gemeente Weert af kwam. Het nestelde zich in de  geldboom die ineens niet tot in de hemel  bleek te groeien.


Zoals vaker het geval is in sprookjes, en dat het college daarin geloofde bleek uit de aangeleverde begroting en het raadsvoorstel mei- en septemberciculaire, meldde de goede fee zich op het juiste moment.


Een kleine fractie, genaamd D66, kwam met een pakketje creatieve ideeën om het tij te keren. Het mogelijk te maken dat een aantal dromen toch werkelijkheid zouden worden. Hiervoor haalden zij de magische gereedschappen motie en amendement tevoorschijn. Zij kwamen bij programma 1 met een motie over de verhoging OZB in relatie tot de verlaging afvalstoffenheffing omdat zij niet wilden dat de Weertenaren als melkkoe fungeerden. Zij losten dit op door een motie in te dienen om, uiteraard in overleg met de andere gemeenten en de provincie, eens een jaar geen geld in het project Gebiedsontwikkeling Midden Limburg te stoppen, er was immers  nog ruim anderhalf miljoen over van het vorige jaar. Bij programma 2 kwam men met een amendement  om de aanbevelingen van het rapport over het NRP-gebied  op te nemen in de resultaten voor 2012. Ook dienden zij een amendement in om Weert als hippische stad op de kaart te zetten en Horst een galopsprong voor te blijven. Bij programma 3 stelden zij voor nog wat langer te blijven dromen over het erfgoedhuis en in plaats van nieuwbouw aan de Beatrixlaan bestaande onderwijsgebouwen in te zetten voor het inhoudelijk geweldige plan van een dienstencentrum. Bij programma 4 kwamen zij met een motie om sport als middel in te gaan zetten voor het WMO-beleid, wat overigens ook een advies van de Vereniging Sport en Gemeenten was. Bij programma 5 kwamen ze met een amendement met concrete doelstellingen voor het milieubeleid met het oog op de volgende generaties. Verder stelden zij voor om de proef met welstandsvrij bouwen die op Leuken niet doorgaat, wel uit te voeren op de volgende fasen van Laarveld. Tot slot hadden zij, om Weert aantrekkelijk te houden voor bezoekers, een voorstel om na winkelsluitingstijd ook geen parkeergeld meer te vragen voor de Walburgpassage en het Ursulinencomplex.

Tot slot pleitte D66 voor een mentaliteitsverandering in het gemeentehuis. Niet meer “nee, dat kan niet omdat”  maar “ja, goed idee. Denkt u ook aan..”. Ondernemers werden  geprikkeld om met goede en financieel haalbare plannen te komen voor de oude locatie van het stadhuis en het stadspark en omgeving. Samen sta je sterk.


De magische gereedschappen deden hun werk en de raad van Weert kon zich terecht vinden in de voorstellen van D66. Ze werden overgenomen en uitgevoerd. De financiële positie van de gemeente werd beter en er kon  weer gedroomd worden over De Lichtenberg en het erfgoedhuis. Hierdoor leefde iedereen nog lang en gelukkig.





Reageer

Reacties


Plaats een reactie


Er zijn nog geen reacties geplaatst.
print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


 




Agenda

RSS